Waarom Nederlandse grootbanken zich zorgen maken
De drie grootste Nederlandse banken: Rabobank, ING en ABN AMRO, willen minder afhankelijk worden van grote Amerikaanse technologiebedrijven. Dit bevestigden ze aan onder meer de NOS en de financiële pers.
Deze banken gebruiken op dit moment vooral technologie, zoals clouddiensten en kunstmatige intelligentie, uit de Verenigde Staten. Deze technologie is cruciaal voor hun IT-infrastructuur.
Volgens topman Stefaan Decraene van Rabobank zijn de belangrijkste IT-leveranciers voor deze banken op dit moment Amerikaanse techgiganten. Die afhankelijkheid vormt volgens hen een risico in een wereld waar geopolitieke spanningen toenemen.
Geopolitieke context en risico’s
De banken spelen in op bredere zorgen in Europa, bijvoorbeeld bij de Europese Commissie en toezichthouders zoals de Europese Centrale Bank (ECB), over technologische afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers.
Hoewel er momenteel geen concrete aanwijzingen zijn dat Amerikaanse technologiebedrijven systemen bewust zouden afsluiten, benadrukken banken dat deze afhankelijkheid kwetsbaarheden kan creëren bij geopolitieke spanningen of handelsconflicten.
Wat banken willen bereiken
In antwoord hierop werken Rabobank, ING en ABN AMRO samen met andere grote Europese banken aan mogelijke alternatieven, waaronder:
- het ontwikkelen van Europa-brede cloud- en data-infrastructuur,
- het stimuleren van Europese oplossingen voor digitale infrastructuur en verwerking,
- deelname aan initiatieven zoals het European Payments Initiative (EPI), gericht op alternatieven voor Amerikaanse betaaldiensten.
Volgens Rabobank-topman Decraene zal zo’n transitie niet snel gaan. Hij schat dat het 3 tot 5 jaar kan duren voordat sterke Europese alternatieven beschikbaar zijn.
Concrete voorbeelden van alternatieven
Een van de concrete initiatieven waar banken bij betrokken zijn, is Wero: een Europese betaaldienst die moet dienen als alternatief voor systemen als Visa en Mastercard, gebaseerd op de Nederlandse iDEAL.
Het doel is om daarmee niet alleen minder afhankelijk te zijn van Amerikaanse cloud-, AI- en betalingssysteemleveranciers, maar ook een grotere digitale soevereiniteit binnen Europa te creëren.
