Rapporten

  • 2016 recordjaar crowdfunding

     

    Want 2016 was een recordjaar voor crowdfunding: 170 miljoen euro werd er opgehaald. In totaal werden 4.827 projecten en ondernemingen succesvol gefinancierd.  Dat betekent opnieuw flinke groei van het fenomeen ten opzichte van 2015, toen de teller nog bleef steken op 128 miljoen euro. Hoe heeft crowdfunding zich ontwikkeld in 2016? En welke uitdagingen gaat crowdfunding in 2017 tegemoet? Het onderzoeksrapport van Douw & Koren geeft inzicht in de ontwikkelingen.

  • Verzekeringssector staat voor fundamentele keuzes

     

     Verzekeraars zullen de komende jaren een extra inspanning moeten leveren om in te spelen op de grote veranderingen in hun markt. Tegen de achtergrond van de lage rente-omgeving, dalende premievolumes, technologische ontwikkelingen en grote concurrentie in een markt die op onderdelen verzadigd is, zijn fundamentele keuzes nodig om een blijvend dienstbare en financieel solide verzekeringssector te waarborgen. Dat stelt toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) in het rapport ‘Visie op de toekomst van de Nederlandse verzekeringssector’. In het rapport analyseert DNB de impact van verschillende ontwikkelingen in de verzekeringssector in de komende vijf tot tien jaar. Er is gekeken naar technologische, maatschappelijke en economische ontwikkelingen, naar veranderend klantgedrag en naar veranderingen in wet- en regelgeving. DNB stelt vast dat Nederlandse verzekeraars inmiddels aan de slag zijn gegaan met het werken aan toekomstbestendige bedrijfsmodellen. De ontwikkelingen in de markt zijn echter van dien aard dat ze dringend vragen om een verdere en versnelde versterking van hun vermogen om adequaat aan de uitdagingen het hoofd te bieden. Verzekeraars staan daarbij voor strategische keuzes op het gebied van kostenbesparing, innovatie, specialisatie, internationalisatie en horizontale dan wel verticale integratie. In de huidige lage rente omgeving geldt dat in het bijzonder voor levensverzekeraars met langlopende verplichtingen. Maar ook schadeverzekeraars dienen zich te herbezinnen op hun bedrijfsmodel, tegen de achtergrond van een grote concurrentie in deze markt en winstmarges die onder druk staan. Wat een passende oplossing is, verschilt per verzekeraar. Partijen die niet in staat zijn om zich aan te passen aan de veranderende omgeving zullen op zoek moeten naar alternatieven: consolidatie of de afbouw van activiteiten. In haar beleidsaanbevelingen signaleert DNB ook kansen voor verzekeraars die succesvol weten in te spelen op de mogelijkheden van technologische innovatie en veranderende klantbehoeften. Voorbeelden hiervan zijn de opkomst van big data analyses, de deeleconomie, de impact van klimaatverandering en cyberrisk, en de verdergaande digitalisering en automatisering. Daarnaast zijn er mogelijkheden op het gebied van bredere dienstverlening buiten traditionele verzekeringsactiviteiten, bijvoorbeeld op het gebied van pensioen. Verder stimuleert DNB sommige verzekeraars internationale activiteiten te ontplooien ten einde te diversifiëren en schaal te creëren. Al deze kansen zijn echter niet eenvoudig te realiseren en vergen naast een goede beheersing van de risico’s ook weloverwogen strategische keuzes. De veranderingen in de markt vragen ook van de toezichthouders en beleidsmakers extra aandacht. Intensiever toezicht kan daarbij nodig zijn zodra bedrijfsmodellen onhoudbaar dreigen te worden, waarbij toezichthouders ook moeten kunnen beschikken over adequate interventiemogelijkheden voor herstel en resolutie. Omwille van een gelijk speelveld is het wenselijk dat dit ook in Europees verband wordt geregeld. Daarnaast is er een rol weggelegd voor beleidsmakers en toezichthouders om barrières voor innovatie en internationalisatie zoveel mogelijk weg te nemen.

  • Onderzoek: Salaris minst belangrijke drijfveer CEO

     

     CEO’s vinden de niet-financiële aspecten van hun baan veel belangrijker dan hun financiële beloning. Dat blijkt uit onderzoek van Vlerick Business School en Business Leaders onder bijna 1000 Nederlandse en Belgische CEO's. CEO’s worden vooral gedreven door ambitie en niet-financiële factoren, zoals de uitdaging die de baan met zich meebrengt, het gevoel vooruitgang te boeken en de trots om voor de organisatie te werken. In het onderzoek is ook specifiek gekeken naar verschillen in arbeidstevredenheid tussen mannelijke en vrouwelijke CEO’s. Opmerkelijk is dat vrouwelijke CEO’s de meeste motivatie halen uit het werkklimaat en de samenwerking met andere leden van het topmanagement. Drijfveren CEOErkenning en baanzekerheid zijn voor CEO’s het minst van invloed op hun tevredenheid. De CEO’s zijn minder tevreden met de mate van duidelijkheid en haalbaarheid van de gestelde targets, de mate waarin zij voor het werk moet reizen en de veranderbereidheid van de organisatie. Wat heel goed scoort, is de trots die men voelt om voor de organisatie te werken, de ethische normen van het bedrijf en de samenwerking binnen de directie. Aan de hand van een aantal scenario’s onderzocht Vlerick Business School het belang dat CEO’s hechten aan ethisch handelen en duurzaamheid. Gemiddeld kiest 69% van de CEO’s voor de ethische oplossing, en 31% voor de niet-ethische oplossing van de scenario’s. Eén van de belangrijkste conclusies is dat Belgische CEO’s minder waarde hechten aan ethiek dan Nederlandse. Opvallend is ook dat vrouwelijke CEO’s ethischer handelen dan de mannelijke CEO’s (70% vs. 64%). Verschil in leeftijd speelt hierin ook een rol: 58% van de CEO's tot 45 jaar lost de scenario's op ethische wijze op, terwijl dit percentage bij CEO's van 55 jaar en ouder 68% bedraagt. Tot slot valt op dat CEO's die ook aandeelhouder zijn, het minder ernstig nemen met ethiek. Slechts 56% van deze groep maakt de ethische beslissingen tegenover 73% van de CEO die geen aandeelhouder is. Onprofessionele benchmarking schroeft topbeloning onnodig opOnderzoeksleider professor Xavier Baeten van Vlerick Business School vindt dat commissarissen en remuneratiecomités het belang van de financiële beloning voor CEO’s verkeerd inschatten: “Dit onderzoek bewijst dat hogere topsalarissen nagenoeg niet van invloed zijn op de mate van betrokkenheid en tevredenheid van CEO’s. CEO’s voelen zich sterk betrokken bij de organisatie en zijn over het algemeen tevreden met de financiële vergoeding. Zij kijken hierbij vooral naar marktconformiteit. Commissarissen en remuneratiecomités lijken zich hier niet van bewust en zouden meer aandacht moeten besteden aan de gepercipieerde rechtvaardigheid van de beloning, zowel door de CEO zelf als door het bredere maatschappelijk veld. Daarnaast moet meer aandacht besteed worden aan het zogenaamde performance management.” Volgens Xavier Baeten mag het functioneren van de commissarissen en remuneratiecomités dan ook eens goed onder de loep worden genomen: in zijn proefschrift uit 2012 concludeerde hij al dat het hebben van een remuneratiecomité de opwaartse kracht vormt voor hogere topbeloningen. Grootste CEO-onderzoek in België & NederlandDit onderzoek onder leiding van prof. Xavier Baeten van Vlerick Business School is uitgevoerd in samenwerking met Business Leaders. Joël aan ’t Goor, CEO van Business Leaders: “Het is voor het eerst dat bij een groep CEO’s van deze omvang uit midden- en grootbedrijf (515 CEO’s van bedrijven tussen 50-500 medewerkers, 282 CEO’s van bedrijven met minder dan 50 werknemers en 153 met meer dan 500 werknemers) is gekeken naar de motivatie, drijfveren en tevredenheid, waarbij onderscheid is gemaakt tussen de financiële en niet-financiële factoren. We zijn erg tevreden over de samenwerking en de inzichten, die we graag ten behoeve van het bedrijfsleven willen delen.”

  • Onderzoek naar gebruik van cash en groei digitale betaalmiddelen

     

     Jaarlijks vindt er onderzoek plaats naar het gebruik van (digitale) betaalmiddelen. Hoewel digitaal betalen aan een exponentiele opmars bezig, denken de auteurs van het onderzoek dat contact geld voorlopig nog wel belangrijk zal blijven. In principe komt het erop neer dat het aantal niet-contante betalingen harder groeit dan ooit. In 2014 met 8.9% naar 387.3 miljard. In opkomende markten steeg dit volume met 16.7%, in ontwikkelde markten met 6%. CapGemini en BNP Paribas denken dat het aantaal niet-contante betalingen in 2015 gegroeid is met 10.1% naar 426.3 miljard in 2015. (Blijkbaar duurt het even voordat die data beschikbaar zijn.) En daarnaast nog wat interessante punten specifiek over het gebruik van contant (p.11). Ondanks dat overheden cash willen terugdringen en mobiel, digitaal betalen aan een opmars bezig is, vielen onderstaande punten op: · Hoewel het aantal contante betalingen percentueel daalt, blijft het totale contante geld in omloop hetzelfde of stijg het licht.· In de VS en de EU is het chartale geld in omloop in verhouding tot BBP gestegen met 3.9% en 4.4%, respectievelijk.· In de Eurozone is het aantal bankbiljetten in omloop tussen 2002 en 2016 gestegen met 133% De auteurs van het rapport denken dat “afgaande op huidige gebruikspatronen van contant geld, dit een significante betaalmethode zal blijven in de komende jaren, ook in markten die geavanceerde digitale betaalmethoden bieden.” 

  • MFS: Geen enkele uitkomst van Brits referendum bevorderlijk voor groei

     

     Niemand kan met zekerheid voorspellen wat er over twee weken zal gebeuren bij het Britse referendum over het lidmaatschap van de Europese Unie. De consensus is wel dat een mogelijke keuze van de Britten om de EU te verlaten een fors effect zal hebben op de financiële markten, maar een uitkomst om in de EU te blijven zal de wereldwijde groei ook niet stimuleren, aldus de Amerikaanse fondsbeheerder MFS in het bijgevoegde rapport ‘Remain or leave: implications of a potential Brexit’. De belangrijkste punten uit het rapport:Een stem om te vertrekken uit de EU zal leiden tot een aanhoudende periode van onzekerheid. Zelfs als de onderhandeling tussen de EU en het VK over hun toekomstige relatie soepel verlopen zal er waarschijnlijk een periode van twee jaar aanbreken van stagnatie. In het slechtste geval kan een Brexit het begin zijn van een nieuwe ernstige verstoring van de markt – van eenzelfde omvang als de Europese staatsschuldencrises en de instorting van de Chinese aandelenbeurs afgelopen zomer. Een nipte overwinning voor het ‘blijven’-kamp zal de kwestie rond Brexit niet geheel tot rust brengen. Tegenstanders van de EU kunnen zich gesterkt voelen om in de nabije toekomst een nieuwe campagne te beginnen. Een duidelijke stem om in de EU te blijven zou slechts het behoud van de status quo betekenen. De onzekerheid op de korte termijn zou worden weggenomen, maar deze uitkomst zal niets toevoegen om groei te stimuleren. Het is wel mogelijk dat de groei in het VK op de korte termijn licht zal opveren omdat deze is afgezwakt in de aanloop naar het referendum. Als het Verenigd Koninkrijk kiest voor Brexit zal dit een ingrijpend effect op de markten hebben. Het Britse pond kan aanmerkelijk verzwakken en de Britse rentecurve kan steiler worden. Daarbij kunnen beleggers risico’s gaan mijden uit angst dat meer landen de EU gaan verlaten. Onder dergelijke omstandigheden zou de euro aanmerkelijk kunnen verzwakken en kan er twijfel ontstaan over de levensvatbaarheid van de EU. Tot slot zou de wereldwijde inflatiedynamiek waarschijnlijk verder worden afgeremd door een Brexit, waardoor opnieuw neerwaartse druk op grondstoffenprijzen kan ontstaan. Een Brexit zou ook een doorbraak betekenen voor populistische bewegingen, met mogelijke gevolgen voor de Amerikaanse verkiezingen deze herfst, en een teken zijn voor kiezers om verder te gaan dan slechts hun ongenoegen aangeven en om daadwerkelijk actie te ondernemen.

  • Basel-implementatie is 'patchwork' binnen Europa

     

     De wijze waarop de kapitaaleisen uit de Basel-standaarden binnen de Europese landen worden ingevoerd, verschilt sterk. Moody's Investor Service rapporteert hierover in haar vandaag verschenen rapport "Understanding Capital Buffers and Their Implementation in Europe". De rating agency spreekt van 'patchwork' en 'work in progress'. Het bepalen kapitaalseisen is op zich al complex maar wordt nog verder gecompliceerd doordat verschillende regelgevende autoriteiten verantwoordelijk zijn voor het bepalen van de buffers. Het resultaat is dat er grote verschillen ontstaan in Europa, zowel voor wat betreft de besluitvorming hierover als ook over de hoogte van de noodzakelijke buffers voor de nationale banken. Nederland en Zweden hebben bijvoorbeeld al 'systemic risk'-buffers geintroduceerd, terwijl andere landen dat nog niet hebben gedaan. Het Verenigd Koninkrijk heeft aangegeven dit pas in 2019 te willen doen. Italie heeft hiervoor zelfs nog geen eisen gesteld. Kapitaalbuffers worden bepaald via een complex besluitvormingsproces waarin vele stakeholders worden betrokken en dat bovendien wordt beinvloed door krachten op nationaal en pan-Europees niveau. Het geplande Europese 'bank crisis management system & resolution framework' is nog niet gerealiseerd. Het is nog altijd mogelijk dat er geld van de belastingbetaler wordt gevraagd al een bank in de problemen komt. Daarom stellen veel lidstaten binnen de Europese Unie dat zij zeggenschap willen hebben bij het bepalen van de kapitaalbuffers. Zelfs als dezelfde overheden stellen dat zij deze banken niet zullen redden.

  • Lees meer