Artikel

Boele Staal: "Er zijn grenzen aan gretigheid en groei"

Wessel Berkman en Wim Assink, 29-03-2013

Het leek zo mooi toen Boele Staal in maart 2007 aantrad als voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken. Staal: “De sector genoot veel aanzien en had zelfs een enigszins deftig imago. De Rolls Royce onder de brancheverenigingen werd de NVB wel genoemd. Het was een voorrecht om voor deze functie te worden gevraagd.” Wie had op dat moment kunnen bedenken dat deze gerespecteerde positie zich zou ontwikkelen tot regelrecht crisismanagement? Het moeten zes heftige jaren zijn geweest. Toch zegt hij geen spijt te hebben van zijn keuze. Nu, vlak voor zijn pensionering, blikt hij terug op zijn voorzitterschap als een ‘boeiende periode’ in zijn leven.

 

Waarom werd u destijds benaderd voor deze functie?
“De NVB had jarenlang gefunctioneerd met een voorzitter uit de eigen geledingen. Vóór mij was dat Piet Moerland, nu voorzitter van de Rabobank Groep. Jarenlang zijn de belangen van de sector behartigd door De Nederlandsche Bank. De heren bankiers waren vooral met hun eigen bedrijf bezig en kwamen af en toe eens op bezoek bij de President van DNB en bij de Minister. Daar werden dan beschouwingen gehouden over het wel en wee van de financiële sector.
Met de professionalisering ontstond een behoefte aan meer externe oriëntatie. Ik voldeed kennelijk aan het profiel van een onafhankelijke voorzitter met voldoende bestuurlijke ervaring om ‘alle kikkers in de kruiwagen te houden’ én een goed netwerk in politiek Den Haag. Politici werden in die tijd regelmatig gevraagd voor dergelijke posities. Hans Wiegel begon bij de zorgverzekeraars, Loek Hermans bij MKB Nederland, Ed Nijpels bij de raadgevend ingenieurs en Hans Alders in de energiewereld.”

 

Wat waren uw ambities met de sector?

“Eerlijk gezegd ben ik er destijds niet ingestapt met vastomlijnde plannen. Mijn intentie was vooral om de branche op een goede manier in Den Haag te vertegenwoordigen. Bij het uitbreken van de crisis veranderde dat. Ik heb toen voor mijzelf drie doelstellingen geformuleerd: voor de sector gaan staan, zorgen dat de rijen gesloten blijven en het organiseren van zelfreflectie.
Mijn eerste prioriteit was om de branche enigszins te beschermen, omdat er altijd een overreactie is bij dit soort ontwikkelingen. En dat is ook wel begrijpelijk. De economie is in het ongerede geraakt en de samenleving betaalt letterlijk de zware rekening. Unaniem werden we als vermeende boosdoeners neergezet. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Zelfs de Commissie De Wit concludeert dat de oorzaken van de crisis niet eenduidig bij de banken kunnen worden gezocht. De hele wereld is gretig geweest. Aflossingsvrije hypotheken, consumeren van overwaarde, beleggen met geleend geld, we vonden het allemaal normaal in die tijd. Als banken twee jaar voor de crisis zouden hebben gezegd dat we daarmee zouden moeten stoppen, dan zou heel Nederland over ons heen zijn gevallen. Nu wordt ons verweten dat we dat soort producten hebben verkocht. Ik realiseer me dat we daar nu anders tegenaan kijken, maar je mag de gebeurtenissen ook wel eens relativeren tegen die achtergrond. Dat heb ik steeds verkondigd. Daarbij schuwde ik niet de hete kastanjes uit het vuur te halen. Dat leverde zowel hoon als respect op. En soms heb ik wel gedacht dat dit een onmogelijke klus was. Maar er valt altijd wat te doen en het gaf in ieder geval een beetje ‘reuring in de tent’.”

 

Hoe kijkt u nu terug op deze jaren bij de NVB?
“Het was een spannende tijd, ook binnen de vereniging. Mijn taak was om er voor te zorgen dat we naar gezamenlijkheid zouden blijven streven, ondanks verschillende belangen. Wel of geen staatssteun, grote en kleinere banken, binnenlandse en buitenlandse banken. Daarbij zijn de onderlinge verhoudingen tussen partijen behoorlijk gewijzigd. De Rabobank was vroeger een ander soort bank en ABN AMRO profileerde zich als internationale zakenbank en marktleider. Nu zijn die rollen omgedraaid; ABN AMRO is verkleind en de Rabobank is ineens marktleider. Daar moet een nieuwe balans voor worden gevonden in een tijd dat alle banken de zeilen moeten bijzetten om het hoofd boven water te houden.
Om heel begrijpelijke redenen hebben banken in het verleden een interne focus gehad. De kop op de sector werd gevormd door DNB en het Ministerie van Financiën. Zij vertegenwoordigden als het ware de banken. De sector stond in dienst van de reële economie, maar geleidelijk zijn de banken zich - in Angelsaksische traditie - als een onderneming gaan gedragen. De publieke functie verwaterde en daarmee zijn we met z’n allen over de gretigheid van de westerse wereld gestruikeld: meer, meer, meer ….. Ik bedoel overigens niet te zeggen dat een bank geen onderneming is. Het is een hybride organisatie. De publieke functie kan het beste worden uitgeoefend vanuit een ondernemingsmodel.
Ondertussen was die publieke functie behoorlijk in de knel gekomen. En dat hebben we pas onderkend toen we de crisis onder ogen zagen. De gevoelde noodzaak tot zelfreflectie heeft geleid tot het instellen van de Commissie Toekomst Banken. Daar hebben we best even over moeten nadenken, maar we wilden zelf onze verantwoordelijkheid nemen. Het rapport ‘Naar herstel van vertrouwen’ werd in april 2009 goed ontvangen. Dan moet je ook durven doorzetten en een ‘Code Banken’ maken. De angel van het beloningsbeleid hadden we er toen al uitgehaald door hierover met Wouter Bos separaat een ‘Herenakkoord’ te sluiten. En de banken hebben zich aan de gemaakte afspraken gehouden. Het recente rapport van de Monitoring Commissie Code Banken van december is daar dan ook lovend over. Banken hebben alles op alles gezet om de gedragscode na te leven.”

 

Wat beschouwt u als uw grootste succes?
“Voor mij was het instellen van de Commissie Maas toch wel één van de hoogtepunten. De gedragscode die daaruit is voortgekomen, heeft banken zeer geholpen om vertrouwen terug te winnen. Banken zijn zich weer bewust geworden van hun publieke functie. Ze moeten zich aanpassen en doen dat ook. Niet alleen omdat de markt dat vraagt en de toezichthouder, maar vooral ook omdat ze het zelf willen. Banken hebben zich afgelopen jaren heel goed gerealiseerd wat er veranderd is in de buitenwereld. Iedere suggestie als zou het weer ‘business as usual’ zijn, is absoluut onzin. Bankbestuurders zijn zich terdege bewust geworden van wat er aan de hand was in de wereld. Er is met man en macht aan gewerkt om zich aan te passen aan deze omstandigheden. Risicomanagement is verder geprofessionaliseerd en het product-goedkeuringsproces is aangescherpt, waardoor vele producten inmiddels van de plank af zijn. Als dit soort maatregelen zijn genomen, dan moet je niet zeggen dat er niets is veranderd. En dat geldt eigenlijk voor de gehele organisatie, ook het middenkader dat vaak wordt beschouwd als de lemen tussenlaag die verandering tegenhoudt. Juist daar zitten inmiddels vooral zeer capabele dertigers die relatief snel zijn doorgestroomd. Dat is een generatie waarin ik veel vertrouwen heb.“

 

En wat zijn de uitdagingen voor de komende periode?
“Het belangrijkste is dat banken weer de aanjaagfunctie kunnen vervullen voor onze economie. Daar liggen een aantal technische aandachtspunten als de klant centraal stellen, risicomanagement en het realiseren van de vereiste ratio’s. De Basel richtlijnen die wij steunen, beperken de mogelijkheden en de financiële markten zijn bepaald nog niet tot rust gekomen. We weten dat er op dit moment belemmeringen zijn als het gaat om kredietverlening. In Europees verband gezien is het in Nederland nog redelijk op orde, maar er is wel degelijk een fundingprobleem. Ik denk dat het herstellen van die aanjaagfunctie het primaire doel is voor banken en toezichthouders. Wat bovendien vaak wordt vergeten, is dat banken de afgelopen jaren - en nog steeds - veel kredieten hebben moeten afschrijven en de ‘ziekenboeg’ is ook nog steeds vol.”


Wat heeft de komende tijd volgens u prioriteit?
“Wat nog steeds hoog op het lijstje staat is dat banken moeten blijven werken aan het herstellen van vertrouwen. Als je mensen vraagt naar hun eigen bank, dan zijn ze positief, maar als je ze vraagt naar vertrouwen in de sector zijn ze negatief. Daar zit de kern van het vertrouwensprobleem. De recente gebeurtenissen rond SNS werpen ons terug, hoewel de problemen van deze bank in belangrijke mate zijn ontstaan voor de kreditcrisis. Er zijn zeker zaken voorgevallen waar je als sector niet trots op bent - denk maar aan Liborgate- en dat geeft steeds weer een terugslag in vertrouwen. Het ligt het voor de hand dat dan weer oude reflexen opdoemen. Goed nieuws is geen nieuws, zo lijkt het vaak. Er is al heel veel verbeterd en dat komt nauwelijks voor het voetlicht. Onlangs heeft de Monitoring Commissie bijvoorbeeld vastgesteld dat de buitenwereld niet weet dat banken zich volledig aan de Code Banken confirmeren. Dat moeten we ook onszelf aanrekenen: ‘be good and tell it’. De NVB heeft een communicatieplan ontwikkeld en zal haar visie komende maanden bespreken met een groot aantal maatschappelijke organisaties. Communicatie is de sleutel voor het terugwinnen van vertrouwen.”

 

En waarom stopt u als voorzitter van de NVB?

“Ik ben net 65 geworden en wil zeker niet stoppen met werken, maar wel een tandje minder. Het was intern al geruime tijd bekend dat ik dan zou stoppen.”
De ogen van de anders zo beheerste politicus schieten plotseling vuur: “Dagblad De Telegraaf suggereerde eind november dat een gebrek aan draagvlak bij de leden ten grondslag zou liggen aan mijn terugtreden. Nu is er altijd wel iets aan de hand binnen een vereniging, maar dit raakt echt kant noch wal. Ik kan oprecht boos worden om dergelijke ongefundeerde en tendentieuze berichtgeving. Dit is geen nieuws brengen, maar nieuws maken.”

 

Maar er speelde toch wel wat binnen de vereniging?

“Natuurlijk worden er discussies gevoerd binnen de vereniging. Het landschap is dan ook drastisch veranderd. Iedereen moet bezuinigen en dan staat ook de contributie aan de NVB ter discussie. Binnen een branchevereniging als de NVB kan het dan best wel even broeien. Wegen de voordelen wel op tegen de kosten en betalen de grootbanken niet te veel? Ook wij moeten ‘lean en mean zijn’ maar als er ongelijkheid in het contributiesysteem is geslopen, dan moet dat worden gecorrigeerd. Dat is inmiddels dan ook gebeurd.
De sector heeft een vereniging als de NVB hard nodig om gehoord te worden. Als individuele leden naast de NVB zouden optreden richting Den Haag, leunt de politiek afwachtend achterover. De kracht komt uit de gemeenschappelijkheid en eensgezindheid van de sector. Anders werkt het niet. Op de meeste thema’s zijn we het gewoon eens en op een paar onderdelen niet. Dan is het de kunst om de verschillen van mening niet aan te scherpen, maar te zorgen dat je toch minimaal bereikt wat goed is voor de sector.”

 

Wat heeft u geleerd van de afgelopen jaren?

“De les van deze crisis is dat er grenzen zijn aan gretigheid en groei. Iedereen heeft jarenlang de grenzen van zijn schuldcapaciteit opgezocht in de veronderstelling dat de bomen tot in de hemel zouden blijven groeien. Daar zullen we een nieuwe balans in moeten vinden. Hoewel de crisis niet uitsluitend aan banken is te wijten, hadden banken het wellicht als eerste moeten zien aankomen. Maar of je de Zwarte Piet alleen bij de banken moet blijven leggen, is zeer de vraag. Als je je laat leiden door het belang van een goed functionerende financiële sector, dan is opportunisme een slechte raadgever. Dat is mijn boodschap aan politiek Den Haag. De fase van boosheid moet nu worden afgesloten en het is tijd om met verstand van zaken aan structurele oplossingen te werken.”

 

Klik hier om het hele artikel als PDF te lezen »

print

Reacties

Er is nog niet gereageerd op dit artikel

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn

 

  [ Inloggen / Registreren ]